TRANCE

Hoe wordt ‘trance’ ervaren?

Tijdens de trance ben je nooit helemaal van de wereld. Er blijft altijd een gedeelte van het bewustzijn ‘wakker’. Je verkeert tijdens de trance in een toestand van wat we ‘dubbelbewustzijn’ noemen. Dit gebeurt met hulp van de therapeut. De techniek die gebruikt wordt om iemand in trance te brengen heet ‘inductietechniek’ Enerzijds ben je tijdens de trance bezig met wat je in trance beleeft, anderzijds is een deel van het bewustzijn nog bewust van het ‘hier en nu’.

De mate waarin dit gebeurt verschilt van persoon tot persoon. Als de gedachten tijdens de trance afdwalen naar eigen gedachten is dat helemaal niet erg. Op een creatieve wijze worden de dingen uiteindelijk toch bekeken. Intussen komen de woorden en de suggesties van de therapeut toch wel over in het onderbewuste deel. Ieder mens heeft een eigen gevoeligheid voor trance.

Ook de omgeving waarin de trance plaatsvindt is belangrijk.

Trancebewustzijn bestaat uit vier delen:

  • ‘de deelnemende ik’, die suggesties van de therapeut volgt;
  • de ‘toekijkende ik’ die als het ware wakker en alert blijft. Zo nodig kan de ‘toekijkende ik’ de ‘deelnemende ik’ bij gevaar zelfs uit trance halen!
  • Ook kennen we de ‘sturende ik’, die suggesties voor zelfhypnose geef;
  • Tenslotte is er soms ook sprake van het vierde ik-deel. Dit heet de ‘sceptische ik’. Dit deel beziet en volgt alles sceptisch. Als de scepsis wel eens te sterk overheerst, kan de ‘deelnemende ik’ worden verhinderd om zich vrij te geven voor suggesties van de therapeut.

Het is dan zinvol om de bron van de scepsis verder te onderzoeken. Het woord (zelf)/vertrouwen kan hierbij een rol spelen. Vaak is er echter geen sprake van een ‘sceptische ik’, maar van een ‘verwonderende / bewonderende ik’, die het trancegevoel ervaart als een nieuw en plezierig gevoel. Zo’n gevoel van ‘ik wist niet dat ik dit in me had’. Dit verklaart ook de tevreden gelaatsuitdrukking van mensen die voor de eerste keer bewust trance ervaren.

Kan iedereen in trance komen?

Nee. Ongeveer 5-10% van alle mensen komt niet in trance. Ongeveer 40% lukt dit redelijk tot goed en ongeveer 50% van alle mensen lukt dit zeer goed tot uitstekend. Voor diegenen die niet of niet volledig in trance kunnen komen, zijn er ook andere behandeltechnieken die hetzelfde resultaat als trance geven.

De ene klacht vereist de ene behandelmethode, de andere klacht een andere. Het is wetenschappelijk nog niet duidelijk wat de trance-factoren voor iemands hypnotiseerbaarheid zijn. Een belangrijke factor is echter wel of de cliënt voldoende vertrouwen in de therapeut en diens mogelijkheden en werkwijze heeft om in trance te gaan. Daarnaast is het ook van belang of de cliënt open staat voor creatieve of soms nieuwe ideëen. Hoe meer men ervoor open staat, hoe meer baat men erbij heeft.

Soms willen mensen ook gewoon hun klachten houden. Het verschijnsel dat hier bedoeld wordt kan mogelijk ‘secundaire ziektewinst’ opleveren (zoals bijvoorbeeld aandacht). Uiteraard speelt bijvoorbeeld motivatie een belangrijke rol. Als iemand graag over zijn lichamelijke en/of psychische klacht heen geholpen wil worden, dan zal dat gemakkelijker gaan dan bij iemand die eigenlijk bewust of onbewust zijn of haar psychische klacht of probleem nodig heeft als manier om zich in het leven staande te houden. De trancediepte tenslotte maakt volgens de huidige wetenschappelijke inzichten niet zoveel uit voor het te bereiken resultaat.